Recensies en interviews

Recensie in de Leeuwarder Courant

Recensie Dagblad van het Noorden

 

Recensie: Yvonne van den Berg - De Viool van mijn Moeder. door Ingelise de Vries.
 

De ondertitel van De Viool van mijn Moeder geeft slechts een klein gedeelte van het verhaal weg. “Autobiografische roman over een Nederlandse familie met een oorlogsverleden” is een tipje van de sluier over een meeslepend en bijna onrealistisch doch waargebeurd verhaal.

Een oorlogsverleden doet al snel vermoeden dat een boek gaat over een Joods gezin dat ondergedoken heeft gezeten en een tragische afloop kent. Maar wat oorlogsverleden betreft is er ook nog een andere kant: de kant van de NSB. De Viool van mijn Moeder wordt verteld vanuit de in het begin van het boek zevenjarige Else. Zonder dat het echt de bedoeling is, ontdekt Else het geheim: haar opa, de leuke opa uit Amsterdam, was lid van de NSB. Oma had niets te vertellen en moeder was lid van de jeugdafdeling van de organisatie. De spanning tussen de nieuwsgierige, pientere en eigenwijze Else en haar moeder wordt iedere dag groter, de reden dat Else haar toevlucht zoekt in klassieke muziek. Tot haar moeder overlijdt, kan Else geen rust vinden en blijft ze zoeken naar begrip voor haar moeder.

Heldere kindertaal

Op het moment dat de NSB wordt uitgelegd, is Else zeven. Van den Berg presteert het om de NSB niet alleen in heldere kindertaal uit te leggen, ook weet ze het zo te verwoorden dat de NSB een logische keuze lijkt. Else’s opa dacht dat het een goed idee was om met de Duitsers samen te werken. Hij hoopte dat het een oplossing zou zijn. Vanuit dat perspectief en de woordkeuze van Van den Berg, is de keuze voor de NSB ineens een hele goede keuze. Een kleine nuance is wel op z’n plaats: Else’s opa waarschuwde de Joden wel elke keer als de Duitsers eraan kwamen, wat hem als persoon een stuk minder ‘slecht’ maakt.

Maar waar Van den Berg het pas echt goed doet qua kindertaal, is op het moment dat het hoofdpersonage ook daadwerkelijk kind is. De NSB uitleggen aan een kind is een ding, maar het hoofdpersonage als kind ook echt een kind laten zijn, is een stuk lastiger. Toch brengen de details die Van den Berg gebruikt om de visie van het jonge meisje te omschrijven, de lezer terug naar de kindertijd. Inderdaad: heel hard in je ogen wrijven zorgt ervoor dat de wereld even kwijt is. In deze kleine details zit het ‘m voor de lezer.

Opgroeien

Maar Else wordt ouder. Ook daar wordt er weer aan de details gedacht, de gedachten en handelingen lijken precies te kloppen bij de hoofdpersoon. In 267 bladzijden wordt de lezer op de hoogte gehouden van haar ouder worden, haar ontwikkelingen en alles dat haar bezighoudt. Ook de rest van de personages ontwikkelen zich: waar Else alsmaar nieuwsgieriger wordt, worden andere personages meer ingetogen of kribbiger door haar zoektocht. Er lijkt weinig extra drama toegevoegd aan het verhaal, zo natuurlijk komt het over.

Een roman die een andere kant van de oorlog laat zien zonder te veroordelen. De Viool van mijn Moeder is een zonder rompslomp geschreven, helder verhaal over een kant van de oorlog die we liever niet zo benaderd zien. De slechterikken hebben ook een gezicht.

 

http://cult.thepostonline.nl/2013/11/18/de-viool-van-mijn-moeder/

 

 

recensie op blog 'Cornflakes' van Margaretha Coornstra

De viool van mijn moeder'

 
Opgroeien in een getraumatiseerde familie
 
 
“…Bob en ik bleven logeren. We zaten samen met opa op de bank, opa in het midden. Ik kroop tegen  hem aan en rook de shag, de weeïge geur die in al zijn kleren zat, en raakte met mijn vingers de stoppeltjes op zijn wang aan. Hij glimlachte en drukte me even tegen zich aan. 'Zo kleine meid, zullen we naar de Fremersberg luisteren?' vroeg hij. Hij sloeg zijn arm om me heen en gaf me een kus op mijn hoofd.  ‘Ja opa,’ joelden Bob en ik tegelijkertijd.”
(Yvonne van den Berg / 'De viool van mijn moeder', 2013)
Een kennis van mij werkte een tijdlang in Centrum ’45. Een casus die diepe indruk op hem heeft gemaakt – en via hem weer op mij – is die van een vrouw die als kind stelselmatig werd mishandeld door haar vader. 
We spreken van eind jaren ’30, begin jaren ’40 van de vorige eeuw. Tijdens de bezetting kiest deze vader voor de ‘goede’ kant en sluit zich aan bij het gewapend verzet. Intussen gaan de mishandelingen thuis gewoon door, totdat het noodlot voor vader toeslaat: hij komt om bij een van de verzetsacties. Deze heldendood maakt hem in ogen van ‘goed’ Nederland een martelaar en verschaft hem een onaantastbare reputatie. Niemand wil ooit nog het verhaal van zijn dochter horen, ook haar naaste familie niet; vaders onvolkomenheden zijn taboe. Die levenslange zwijgplicht verdubbelt haar trauma.

Yvonne van den Berg behandelt in De viool van mijn moeder een vergelijkbare thematiek. Alleen vertelt ik-figuur Else niet over een gewelddadige vader die ‘goed’ was in de oorlog, maar over een lieve opa die ‘fout’ was. Opa is in 1935 al toegetreden tot de NSB, overtuigd als hij was dat die beweging het beste voor had met de arbeiders. Hij heeft zich overigens wel steeds gedistantieerd van de Jodenvervolging, sterker nog: hij waarschuwde verzetsmensen zodra hij wist dat er een razzia op komst was, opdat ze de onderduikers snel naar een ander adres konden brengen.

Opa is en blijft evenwel NSB-lid. En dat heeft vérstrekkende gevolgen voor zijn familie. Zijn dochter (Else’s moeder) raakt al haar schoolvriendinnen kwijt en wordt op school gepest. Na de bevrijding blijkt ze als dochter van een NSB’er niet te mogen studeren. Eenmaal getrouwd en zelf moeder van twee kinderen op de basisschool, ziet ze zich onontkoombaar geconfronteerd met haar herinneringen. De ondergane vernedering maakt haar niet alleen bitter, maar vooral angstig.

“Gevaar zat in alles. Gevaar zat in een loslopende hond naast een kinderwagen, het zat in een te vol geschonken glaasje dat niet op een onderzettertje stond, in een nieuwe baan of promotie, het loerde in nieuwe contacten en het zat in intimiteit of een complimentje. Zo probeerde zij haar dierbaren te behoeden.”

Else en haar broer gaan zwaar gebukt onder hun krampachtige geheimhouding naar de buitenwereld, maar ook onder de spanningen binnenshuis. Ook met opa zelf mogen de kinderen niet over de oorlog praten:
“Jij vraagt niets. Begrepen? (…) Je doet opa pijn als je iets gaat vragen en dat wil je toch niet?”
Tegelijk zijn ze getuige van de dagelijkse woordenwisselingen tussen hun ouders over de oorlog én opa’s rol daarin; oeverloze discussies die steevast eindigen in ruzie.
Else ontwikkelt complexe haat/liefdegevoelens voor haar moeder. Ze weet zich geen raad met deze ijzige, verbeten vrouw die haar nooit een complimentje geeft, maar toch zo hartbrekend zorgzaam is wanneer Else na een traumatische operatie maandenlang op bed moet blijven liggen.
"Ze vocht voor me en beschermde me, vertroetelde me tot ik er bijna in stikte. Ik moest beter worden, en daar had ze alles voor over. (...) Ze zegde haar tennislessen af en kookte mijn lievelingsgerechten."
Tegelijk zijn beide kinderen getuige van de dagelijkse woordenwisselingen tussen hun ouders over de oorlog én opa’s rol daarin; oeverloze discussies die steevast eindigen in ruzie.

De viool van mijn moeder is een autobiografische roman waarin Yvonne van den Berg een vleugje fictie heeft verwerkt. In een vloeiende stijl, met veel oog voor detail, schildert ze de sfeer binnen een degelijk ogend huisgezin (vader is advocaat en wordt rechter) met een schandelijk geheim. Ze weet de val van het zelfmedelijden te ontlopen door alle restricties en emotionele chantage vooral feitelijk te beschrijven, wat het effect des te sterker maakt.
 Leitmotiv door het hele boek heen is de muziek. Logisch voor een debuterend auteur die zelf het conservatorium doorliep, werkzaam is geweest als muziekdocent en uitvoerend fluitiste, en tegenwoordig klassiek programmeur is bij De Oosterpoort in Groningen.

De viool van mijn moeder leest vlot weg en blijft verrassen, misschien juist door het autobiografische aspect; immers, niets is minder voorspelbaar dan een mensenleven. Vooral deel één boeit in literair opzicht, door suggestieve couleurs locales (de Betuwe, Leeuwarden) en het knap gehanteerde kinderperspectief. Deel twee vertoont hier en daar duidelijker trekken van een ervaringsverhaal voor lotgenoten. Else breekt met haar moeder, gaat in therapie, doet bij het Rijksinstituut voor OorlogsDocumentatie navraag naar de politieke activiteiten van haar opa en zoekt schoorvoetend contact met de Werkgroep Herkenning, die zich inzet voor kinderen uit NSB-families.

Grote verdienste van dit boek de aandacht die het vraagt voor doorlaatbaarheid van de grenzen tussen goed en fout in tijden van oorlog. Grote Nederlandse auteurs gingen Yvonne van den Berg voor, zoals  Simon Vestdijk met Pastorale 1943 of W.F. Hermans met De tranen der acacia’s. Maar De viool van mijn moeder richt zich specifiek op het verborgen leed van NSB-kinderen en -kleinkinderen. En het maakt de even precaire als gecompliceerde problematiek op een toegankelijke manier invoelbaar: de ongerichte schuldgevoelens, de schaamte, de loodzware loyaliteit. 
Halverwege het boek denk je onwillekeurig aan de ophef in rondom Grimbert Rost van Tonningen – zoon van de beruchte NSB-prominenten Meinoud en Florrie – toen hij op 4 mei 2011 in Culemborg zou spreken over vrijheid, en wel vanuit het perspectief van een ‘kind van foute ouders’. “Natuurlijk begrijp ik dat hij zijn verhaal ook wel eens kwijt wil,” verzuchtte een vriendin van mij destijds, “maar ik begrijp niet waarom hij daar per se díe plek en díe gelegenheid voor moet uitkiezen.”
Na De viool van mijn moeder te hebben gelezen, begrijp ik dat wel.


Yvonne van den Berg / 'De viool van mijn moeder'
autobiografische debuutroman over een Nederlandse familie met een oorlogsverleden. Luitingh-Sijthoff, oktober 2013
 
 

Mijn boek op de lezerspagina van 'Plus'

'De Scriptor'

Lef tonen bij je debuut is niet elke auteur gegeven! In De viool van mijn moeder opent Yvonne van den Berg voor iedereen die het zien wil de deur van het familiehuis waarachter zich al enkele generaties een angstvallig bewaard geheim, schaamte, schuldgevoelens en diepe pijn verborgen houden. 
Ook stylistisch heeft ze niet voor de makkelijkste weg gekozen. Er zijn maar liefst drie vertelstemmen: die van een jong meisje, een volwassen vrouw en tussendoor de beschouwende passages.  
Met de steun van schrijfdocenten en de troost van klassieke componisten ontstond vakmanschap en mentale kracht... onmisbare ingrediënten voor een levenswijze roman!      
 

‘Situaties hebben zo veel verschillende kanten en ik heb geleerd me in te leven in meer kanten dan alleen maar de eerste die zich aandient.’
 
Sommige debuterende auteurs beginnen zonder schrijfcursus aan een boek, anderen, zoals jij kiezen eerst voor leerproces. Wat leer je op zo’n cursus? En heb je er tijdens het schrijven iets aan gehad? 
Ik ben in de zomer van 2011 begonnen met het schrijven aan het boek. In de zomervakantie, op de camping, met mijn gloednieuwe Ipad afwisselend op schoot, de campingtafel of in bed. Op de momenten dat ik inspiratie had en er in mijn hoofd weer een fragment naar boven kwam dat ik moest noteren. Hapsnap, kriskras door het leven van mijn moeder en dat van mij. Na de vakantie had ik een Ipad vol stukjes, halve A4-tjes, soms slechts enkele regels. Het dagelijkse leven begon weer en mijn Ipad verdween onder een stapel kranten die nog gelezen moest worden. Ik wist toen even niet hoe ik verder moest. Een paar weken na de vakantie zag ik de aankondiging van de schrijfcursus in Gent, georganiseerd door Paul Sebes en de NRC, getiteld de ‘do’s en dont’s van het schrijverschap’. Het leek mij een geweldige stimulans om tips te krijgen waardoor ik misschien weer verder zou kunnen komen. En dat was ook zo. Paul en zijn compagnon Willem gaven technische tips: hoe bouw je een verhaal op, hoe zet je personages neer, hoe ga je om met sfeertekening, wat laat je ook vooral weg enz. Erg inspirerend waren ook de verhalen van de aanwezige echte schrijvers: Thomas Rozeboom, Renate Dorrestein, Manon Uphoff en Ivo Victoria. Zij vertelden over hun werkwijze, dilemma’s, keuzes. Driekwart jaar later, in de zomer van 2012, heb ik een langere cursus bij Paul gevolgd, met een kleinere groep cursisten, waarbij een manuscript van de vijf deelnemers een dagdeel lang besproken werd. Opbouw van het verhaal, karaktertekening, hiaten, onduidelijke of onlogische opbouw, met daarnaast ook een technische bespreking van zin tot zin: de rode aantekeningen die van alle pagina’s spatten… Ik vond het zeer zinvol. Ik leerde om mijn blinde vlekken te zien, ging meer durven en kreeg ook zelfvertrouwen. Daarnaast heb ik de boeken van Jan Blokker gelezen, over de technieken van schrijven. Erg goed! Tijdens het schrijven van mijn boek heb ik zo nu en dan weer even de algemene aanwijzingen doorgenomen of iets uit een boek van Jan Brokken gelezen, en ik kon weer verder. 

 


De viool van mijn moeder is een autobiografische roman. Je had ook kunnen kiezen voor een non-fictieboek. Vanwaar de keuze voor het romangenre? En was je daar gaandeweg blij mee?  
Ik wilde graag een roman schrijven omdat ik dan meer vrijheid had. Ik heb teruggekeken naar mijn jeugd en vooral naar de gevoelens die ik toen had. Er werd bij ons thuis aan de eettafel heel veel gesproken over het NSB verleden van mijn opa en de konsekwenties die dat heeft gehad voor mijn moeder en ik gebruik veel dialogen in mijn verhaal. Maar die heb ik natuurlijk bedacht. De sfeer klopt met hoe het toen was, maar letterlijke teksten wist ik natuurlijk niet meer. Ook heb ik voor deze vorm gekozen omdat ik met name in het eerste deel, wanneer de ik-persoon tussen de acht jaar en achttien jaar is, veel kan laten zeggen vanuit een kinderlijke beleving, met veel meer emotie dan wanneer het een non-fictie verhaal was geworden. En ik heb ook niet alle feiten kunnen achterhalen, wat er precies is gebeurd. Ik ben heel tevreden met deze keuze en denk dat het verhaal hierdoor dichter bij de lezer kan komen dan wanneer het non-fictie was geworden.
 
Dit boek gaat ook over de relatie tussen muziek en mens. Je moeder leed onder een zwaar trauma. Zou het haar geholpen hebben als ze de viool niet had weggestopt maar via het instrument de confrontatie met haar verleden was aangegaan? 
Waarom ze precies is gestopt weet ik niet, dat lees je ook in het boek. Er zijn waarschijnlijk verschillende aanleidingen geweest. Ik denk dat zij zelf de confrontatie met het verleden helemaal niet meer aan kon en ook niet meer wilde; het zat allemaal te diep en was te pijnlijk. Toen het duidelijk was dat zij niet meer naar het conservatorium kon gaan als nasleep van alle ellende door de keuze van haar vader voor de NSB, en mijn vader het later ook niet stimuleerde, was het denk ik gebeurd. De viool bracht haar alleen nog maar verdriet: een uit elkaar gespatte droom om violiste te worden en pijnlijke herinneringen aan het spelen tijdens de oorlog. Zij heeft op een bepaald moment gekozen om piano te gaan spelen, om toch muziek te kunnen maken, waarbij ze ook niet afhankelijk was, zoals ze zelf vaak zei ‘de piano is net een heel orkest en je hebt er niemand anders bij nodig’. Dat was typerend voor haar. Maar het blijft wel bijzonder dat ze de viool wel steeds heeft bewaard, ook al lag hij ver weggestopt op zolder. Ze kon er dus ook geen afstand van doen.
 
 
 

Je alterego Else kiest voor de dwarsfluit. Wat doet een kind daarvoor kiezen? Had jij de viool en de piano misschien op een denkbeeldige zolder gestopt?    
De klank van de fluit heeft mij gefascineerd vanaf jongs af aan. Het familieverhaal deed de ronde dat ik vanaf het moment dat ik kon kruipen naar de pick-up kroop als mijn moeder fluitmuziek draaide, zoals de Badinerie van Bach (uit de tweede Orkestsuite) of de partita voor fluitsolo. Dan gaf ik aan dat ik de stukjes nog een keer wilde horen en dan zette ze de muziek opnieuw voor mij op. De klank is me mijn hele leven blijven fascineren, nu ook nog. Ik kan het niet verklaren. Het is iets in het geluid dat me kennelijk intens raakt.

Toen ik de viool had gevonden heb ik wel even geaarzeld of ik er op wilde leren spelen, maar dat heeft niet lang geduurd, onder andere door de reactie van mijn moeder, maar ook omdat ik intens genoot van het fluitspelen. Daarnaast speelde ik trouwens ook piano, maar dat vond ik te ingewikkeld worden om in het boek ook nog te noemen ;-)

 

 
Een groot stuk van het boek is geschreven vanuit het kind. Was het moeilijk om in het hoofd van Else te kruipen en de bijbehorende verteltoon te vinden?
Ja en nee. In de eerste versies was het hele taalgebruik te kinderlijk. In de beschouwende stukken nam ik geen afstand van de kinderlijke denkwijze en dat was niet goed. Hoe ik dat moest veranderen heb ik bijvoorbeeld ook geleerd door de schrijfcursus. Op een bepaald moment had ik het wel te pakken, dan kon ik echt in het kind kruipen en een moment later kon ik uitzoomen en vanuit een volwassen verteller schrijven. In eerste instantie wilde ik het boek ook laten eindigen bij het eerste deel, wanneer Else achttien is en uit huis gaat. Ik had wel een epiloog toegevoegd, waarin ik terugkeek op het overlijden van mijn moeder, maar hoe verder ik kwam hoe meer ik voelde dat er een tweede deel moest komen waarin Else veertig jaar is en haar ouders dan echt overlijden. Toen heb ik wel een tijd moeite gehad om voor dat deel de juiste toon te vinden. En het was ook veel lastiger om de hele NSB problematiek vanuit een volwassen perspectief te beschrijven, zonder standpunten in te nemen die ik niet wilde of ook maar ergens de schijn op te wekken dat ik achter de keuze van opa gestaan zou hebben.  
 
Wat het openlijk bespreken van het familiegeheim betreft, heb jij een andere keuze gemaakt dan je moeder. En dat deed je al van jongs af aan. Wat heeft je dat opgeleverd? En zou dat ook voor je moeder een betere weg zijn geweest?
Zodra mensen in mijn leven belangrijk werden moest ik ze het familiegeheim vertellen, anders kon ik niet met ze verder. Dan hield ik voor mijn eigen gevoel iets achter en dat was niet eerlijk. En ze konden me zo maar afwijzen dacht ik, wanneer ze er later achter zouden komen. Ik had dus de erkenning van anderen nodig om er te mogen zijn, naast hen. Eigenlijk kreeg ik altijd vertrouwen terug en verbaasde blikken van ‘zit jij daar nu nog steeds mee? Het was de keuze van je opa, jij bent geen NSB’er’. Ik heb zelf nooit meegemaakt dat ik daarom werd afgewezen, maar de angst daarvoor zat zo diep door alle verhalen en wat ik bij mijn moeder heb gezien. De laatste twee jaar, tijdens het schrijven aan mijn boek, ben ik er steeds meer over gaan praten. Ook met vreemden en niet alleen meer in mijn vertrouwde kring. Dat was spannend en ik ben bang geweest voor afwijzing maar hoe verder ik kwam met het boek, des te meer dat verdween. Ik heb geweldige gesprekken gehad, met vrienden, familie, nieuwe vriendschappen gekregen, een dieper contact met anderen, meer gedeeld met anderen, ook over hun leven en gevoelens. Ook de plaatsvervangende schuld verdween steeds meer. Tot nu toe heb ik ook alleen nog maar positieve reacties gehad en dat voelt fantastisch! Niemand wijst mij of mijn verhaal af op de inhoud! Wie weet komen er nog negatieve reacties, ik hou overal rekening mee, maar ik denk steeds meer dat het wel zal meevallen. Ik krijg dus steeds meer vertrouwen en ik geloof dat de maatschappij open staat voor ook dit verhaal van oorlogsellende. Ik denk dat mijn moeder er ook veel aan gehad zou kunnen hebben wanneer ze er openlijk over had kunnen praten, maar ik denk ook dat het niet mogelijk was voor haar en dat de tijd er voor haar niet klaar voor was. Heel pijnlijk om te beseffen; ik had het haar graag anders gegund! 

 

 
 
In de loop van je leven ben je op zoek gegaan naar antwoorden op tal van vragen. Niet alle mysteries werden daarbij opgehelderd. Hoe is het om met onbeantwoorde vragen te moeten leven? 
Ik heb er vrede mee. Het is niet erg, laat ook maar een mysterieus waas blijven bestaan over bepaalde zaken, dat is ook wel mooi. De overledenen hebben ook recht om iets van hun geheimen te behouden. Ik heb al zo zitten wroeten in hun bestaan…


Lezers worden wel eens geconfronteerd met het begrip ‘misplaatst schuldgevoel’. Dat gebeurt ook in dit boek. Heb jij door je persoonlijke ervaring en de visie van je therapeut inzicht gekregen in het mecanisme van dit zeer belastende gevoel? En kun je er vanaf geraken? 

Ik ben door het schrijven van het boek mijn misplaatste schuldgevoel steeds verder kwijt geraakt. Ik had het boek niet kunnen schrijven als ik niet al heel veel had verwerkt, maar het lijkt wel alsof het nu bijna helemaal verdwenen is. Ik denk dat een misplaatst schuldgevoel ontstaat door het principe van loyaliteit; als kind ben je loyaal aan je familie, je bent afhankelijk en je wilt je verbonden voelen met je naasten. Als je dan merkt dat belangrijke mensen om je heen iets hebben gedaan dat je helemaal niet begrijpt, waarvan je ziet dat het anderen heeft pijn gedaan en waar je bang voor bent op twee manieren: 1. zou ik het zelf ook kunnen doen en 2. welke konsekwenties heeft het nu nog voor mij, dan kan je er in worden meegesleurd. Ik heb gemerkt dat je afstand moet nemen om het te kunnen verwerken. Echt afstand nemen betekent ook loslaten en voor een deel afscheid nemen en dat is pijnlijk, omdat het er even op lijkt of je die geliefde afstoot. Dat is ook gebeurd door het schrijven van het boek, en eerder door therapie. En het leuke van afscheid nemen is dan ook weer dat alles daardoor eigenlijk weer dichterbij komt, maar dan op een volwassen wijze. Je kunt nog best van iemand houden ook al heeft hij of zij dingen gedaan die je afkeurt. Als je je maar blijft realiseren dat dat niet jouw keuze is geweest, zoals bij mij: mijn opa heeft de keuze voor de NSB gemaakt, ik niet. En hij blijft in mijn herinnering de lieve opa waar ik van hield toen ik klein was.

 

De Oosterpoort en Stadsschouwburg Groningen waar Van den Berg programmeur is

Heb je de indruk dat je familiegeschiedenis je kijk op de wereld (je persoonlijke en de grote) beïnvloed heeft?
 
Ik denk het wel, maar ik vind dat ook moeilijk te zeggen omdat het verleden van jongs af aan bij mij was. Ik denk wel dat ik steeds beter heb geleerd om genuanceerd te kijken en niet snel te oordelen. Situaties hebben zo veel verschillende kanten en ik heb geleerd me in te leven in meer kanten dan alleen maar de eerste die zich aandient.
 
Muziek heeft in het boek en daarbuiten een troostend effect. Hoe vind je je eigen troostmuziek? Is dat een subjectieve aangelegenheid of ken jij stukken of componisten die daar van nature beter geschikt voor zijn? 
Ik denk dat het persoonlijk is. Men zegt wel dat Bach altijd troostend kan zijn, maar ik vraag me dat af. Alleen als je geraakt wordt door zijn muziek, die ook nog eens zoveel aspecten in zich heeft. Ik kan me ook voorstellen dat mensen helemaal gek kunnen worden van zijn ingewikkelde structuren. Ook wordt Mozart snel gezien als helend, maar dat is ook persoonlijk en subjectief. De werken die ik in mijn boek noem zijn voor mij allemaal van groot belang. Het fluitkwartet van Mozart heeft zo’n schoonheid in zich, dat ik iedere keer weer diep geraakt ben als ik het 2e deel hoor. Zo ook met Syrinx van Debussy. Maar het is bij mij ook wel verbonden met bepaalde periodes waar ik me in bevind. Soms is het Mozart en kan ik helemaal uit mijn dak gaan van een bepaalde opera, dan is het een suite van Bach die ik helemaal grijs draai, en dan weer de kleurrijke impressionisten. Maar ook wel populaire muziek. Iedereen heeft wel muziek die verbonden is aan bepaalde gebeurtenissen; de eerste verliefdheid, een belangrijk besluit in je leven, een plotseling overlijden. Wanneer je dan later weer de muziek hoort die verbonden is aan die gebeurtenis voel je weer de emotie die zich toen aandiende. En dat blijft. Het is iets ongrijpbaars dat tegelijkertijd fascinerend is en daardoor zo boeiend dat het in ieder geval mij mijn hele leven bezig zal houden.
 
HIERONDER DE RECENSIE VAN DE SCRIPTOR
 

Dat er bijna 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog tal van boeken over dit historische litteken verschijnen, is veelzeggend. En welke invalshoek er ook gekozen wordt, je komt altijd uit bij slachtoffers. Hoe groot de menselijke schade is, blijkt onder meer uit het feit dat de getroffenen bij meer dan één generatie te vinden zijn. Dat geldt ook voor de personages in deze autobiografische roman. 

In De viool van mijn moeder wordt een na-oorlogs gezin waarin uiterst complexe verhoudingen de dienst uitmaken, op een scherpe en heldere manier neergezet. De angel die tientallen jaren onder de huid blijft zitten heet collaboratie. Else's opa heeft zich bezondigd aan NSB-lidmaatschap en een anti-democratische overtuiging. Maar omdat waarheden vaak grijs zijn, moet je eraan toevoegen dat hij, via een vriend van zijn dochter (de latere ouders van Else) het verzet waarschuwde wanneer er joden dreigden opgepakt te worden. Toch zorgde vooral zijn doorgedreven koppigheid, die tot de in de laatste oorlogsdagen zijn Duitse sympathieën warm hield, voor een emotionele en sociale lawine waaronder zijn familie net niet bezweek... hoewel dat maar een haar scheelde.

NSB-vlag

De zwaarste mentale last was voor dochter Annie. Hoe kun je een vader veroordelen die je dierbaar is? En hoe kun je mensen vertrouwen als je vriendinnen je na de oorlog als een baksteen hebben laten vallen? Wie zijn trouwens die nieuwe buren of de dames van de tennisclub? Dat deze laatste vraag ingegeven isdoor reële angst blijkt trouwens uit een uiterst gênante confrontatie bij diezelfde 'gezelligheidsvereniging'. Overleven betekent voor haar: jezelf inkapselen en met je wantrouwen de wereld op een afstand houden. Er staat immers veel op het spel: niet in het minst de sociaal-gevoelige baan van haar echtgenoot, de magistraat. 

Yvonne van den Berg toont erg goed aan dat je niet alleen het doen en laten maar zelfs emoties kunt overdragen op je kinderen. Ook kleine Else gaat gebukt onder een misplaatst schuldgevoel, schaamte en angst. Wat moet ze met die opa die zo aanstekelijk over muziek kan vertellen en bij wie ze 'kip met vier poten' gaat eten? Opa's zijn er toch om van te houden... Maar het schoentje knelt pas echt in de moeder-dochterrelatie. Hoe verder de oorlog achter haar ligt, hoe groter hij wordt in de geest van Annie. Het trauma uit zich in boosheid en verwijten, in klaagzangen en geruzie. Elke dag. Haar gedrag weegt als lood op het gezin. Ze verzeilt in een slachtofferrol en dat is per definitie een egocentrische. Alleen in haar beste momenten is ze zorgzaam. Meestal kleineert ze haar dochter en duwt haar ver van zich af. 

Vioolconcert in e mineur (opus 64) van Felix Mendelssohn
 

Zoals de titel laat vermoeden, is muziek een personage op zich in dit boek. Er is de piano spelende moeder, de fluit studerende dochter en de platen thuis en bij opa. In die muziek worden niet alleen de emoties van het moment weerspiegeld maar zelfs de verwarrende politieke achtergrond waaraan geen ontkomen is. Annie adoreert de joodse componist Mendelssohn. En haar meest intense muzikale ervaringen heeft ze, in een oud en beladen verleden, gedeeld met een joodse vriend. Hoe verwarrend kunnen wortels zijn? Er is ook de muziek als tegengewicht voor de spanning, als troost voor de pijn. Maar het meest ontroerende stuk wordt gespeeld wanneer Else poging na poging onderneemt om het hart van haar moeder te raken. Daarvoor haalt ze een sleetse viool van de zolder en studeert ze op Annie's verkruimelende bladmuziek. Maar slachtoffers hebben een koud hart...

De weerslag van ervaringen op gedrag verwoorden is geen sinecure. Als je dat bovendien doet aan de hand van drie generaties en de menselijke satellieten die daar omheen cirkelen, geef je blijk van virtuositeit. Ingewikkelde patronen met een talent voor schoonheid en ontroering op papier kunnen zetten... het lijkt Bach wel. En hoe je na tientallen jaren de stem van een kind op een precieze en empathische manier kunt oproepen, is klein wonder. Dat het kind begrijpt en toch niet begrijpt, maakt het vertellen nog iets ingewikkelder. 

De viool van mijn moeder is een beeldend, diepgravend, genuanceerd en zorgvuldig gecomponeerd verhaal. Als je het boek dicht slaat hoor je Else zeggen: 'De stilte was tot de nok toe gevuld met oorlog. Het was allemaal niet te bevatten.'


Quotering: ****

Visualia van Eric Bos, Dagblad van het Noorden 12 oktober

Visualia
 996 Fremersberg

De Fremersberg bij Baden-Baden. 

Bergen zijn verbonden met muziek en schilderkunst. De Oostenrijkse Alpen met Richard Strauss, de Venusberg bij Eisenach met Richard Wagner, de Brocken met Modest Moessorgski. Paul Cézanne schilderde minstens veertig portretten van de Mont Saint Victoire in de Provence, Caspar David Friedrich vereeuwigde het Riesengebirge in Bohemen, maar ook meerdere malen de Duitse Fremersberg die achter het kuuroord Baden-Baden aan de voet van het Zwarte Woud oprijst. Als je op het marktplein met de kerk staat, kun je hem niet missen.

De Philharmonie Baden Baden, die dit jaar voor het eerst een vrouwelijke Kapelmeister kreeg, speelt op gezette tijden het woeste orkeststuk Der Fremersberg van dirigent Miloslaw Koennemann uit 1853. Der Fremersberg is een staaltje natuurmuziek voor harmonieorkest van heb ik jou daar. Een vrolijk jachtgezelschap komt op de Fremersberg in een zwaar onweer terecht, wat aanleiding geeft tot één van de heftigste orage-muzieken uit de muziekgeschiedenis.

Yvonne van den Berg, klassieke muziekprogrammeur van De Oosterpoort in Groningen, hoorde Der Fremersberg als klein meisje in het muzikale gezin waarvan zij deel uitmaakte. In haar debuutroman, De viool van mijn moeder, zoekt ze een antwoord op de vraag welk familiegeheim het gezin sinds de oorlog teisterde. In één van de hoofdstukken beschrijft zij de momenten waarop haar opa de grammofoonplaat met Der Fremersberg liet afspelen.

‘Na het signaal volgden we het hoefgetrappel van de dichterbij komende paarden, gespeeld door de klarinetten. De muziek werd luider en luider en opgewonden luisterde ik naar het gestamp en gesnuif van de jagende paarden, aangevuurd door opa.

‘Moet je opletten,’ zei hij vol vuur terwijl zijn vinger in de lucht priemde. ‘Het onweert al in de verte. De jagers zijn net op tijd terug uit het bos voordat de donder losbreekt.’

De marsmuziek denderde nu dwars door de kamer en het harmonieorkest speelde zo sterk als het kon. Het zweet sloeg in spetters van de paardenruggen en het schuim uit hun bek vloog in vlokken langs het pad. De geur van mest en bloed drong overal doorheen en het geblaf van de jachthonden overheerste alles.’

 

‘De viool van mijn moeder’ van Yvonne van den Berg verschijnt bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff, Amsterdam. Prijs: 17,95 euro. De presentatie heeft plaats op 18 oktober in De Oosterpoort, Groningen. De CD ‘Der Fremersberg’ is verkrijgbaar bij o.a. www.bolcom.com

This entry was posted in Visualia. Bookmark the permalink.

Over Eric Bos

Eric BosEric Bos (Den Haag - 1942) is beeldend kunstenaar,schrijver, docent en journalist. Schrijft essays, romans en non-fictie. Woont in Groningen.

 

Radio OOG

Beluister hier het interview bij Radio OOG in het programma Glasnost. Luister hier naar het gesprek.