Felix Mendelssohn Bartholdy

Uit de woonkamer beneden klonk muziek. Mijn moeder was klaar met douchen en had een plaat opgezet, het Vioolconcert in e van Mendelssohn. De bassen in het orkest spreidden een bedje voor de viool, verergerden mijn verdriet en frustratie en zogen me mee in het eerste thema. Na de opmaat plaatste de viool moeiteloos piketpaaltjes op iedere eerste tel van de maat, dansend en springend, het orkest meeslepend in zijn vaart. Totdat de viool zich na duizelingwekkende capriolen buiten adem overgaf aan de volledige bezetting van het orkest en de adrenaline
door mijn bloed kolkte.
Terwijl de fagot een overgang speelde naar het tweede deel, stopte de muziek abrupt. De plaat moest worden omgedraaid, maar mijn moeder deed niets. Draai hem dan om, riep ik in stilte, draai hem om en laat me het tweede deel horen, het deel dat troost, het deel waarin de viool vraagt om erkenning, om acceptatie, om in het derde deel feest te vieren en samen te dansen, als moeder en dochter.
Beneden bleef het stil. De viool zweeg en de stilte sloeg hard om zich heen. Ik keek naar het instrument dat tegen de muur stond, naar de losse snaar die langs de hals kronkelde, de barsten in de lak. Hij was verbannen en hem was de mond gesnoerd, gedeukt en gehavend door het verleden.
De volgende dag hing ik de viool op in mijn kamer. Ze zou hem zien, ook al wilde ze er niets meer mee te maken hebben.

Kop

Beschrijving