Johann Sebastian Bach

In bed luisterde ik naar het pianospel van mijn moeder. Vanuit mijn slaapkamer volgde ik haar vorderingen en ik hoorde waar ze bleef haperen, waar ze de handen apart oefende en de loopjes in korte ritmische stukjes knipte. Lang-kort-lang en kort-lang-kort, net zolang totdat alle verbindingen tussen de vingers zowel langzaam als snel soepel verliepen. Daarna speelde ze de melodielijn zoals het hoorde; alle noten even lang, in een regelmatig tempo, aangevuld met de akkoorden van haar andere hand.
Na de toonladders en vingeroefeningen speelde ze een menuet uit het Klavierbüchlein für Anna Magdalena van Bach, een van mijn moeders lievelingsstukken. De simpele melodie klonk die avond onheilspellend, en een onverklaarbaar verdriet vulde mijn kamer. Ik was acht jaar en op dat moment ontwaakte ergens in me een panisch verlangen om te vluchten, om weg te lopen voor iets wat me hopelijk nooit zou vinden, iets wat me zeker zou verwonden en waar ik me niet tegen kon beschermen, terwijl ik nog niet eens wist wat het was.
In de stilte na de muziek viel ik roerloos in slaap.
Na die avond zou alles veranderen.

Kop

Beschrijving

Tweede Orkestsuite BWV 1067

‘Het is niet leuk om je vriendinnen kwijt te raken,’ zei mijn moeder. Haar stem klonk zacht en met haar hand streek ze over mijn hoofd, vluchtig, totdat ze hem terugtrok en stilletjes mijn kamer verliet.
De anders zo vrolijk huppelende melodie van Bachs Badinerie klonk die avond als het gekerm van een opgejaagd duiveltje dat helse sprongen maakte, de hoorntjes roodgloeiend op zijn hoofd, zwaaiend met de drietand waarmee hij het orkestje opzweepte, totdat de muzikanten uitgeput het slotakkoord bereikten.
Zelfs Bach hielp me niet.

Kop

Beschrijving

Kop

Beschrijving

Fluitpartita in a BWV 1013

Ik stond stil bij de deur en de aanblik van mijn moeder overspoelde me, zoog me naar haar toe, en ik verlangde plotseling intens naar haar omhelzing. De eenstemmige melodie van de Partita in a voor fluitsolo van Bach, waarin de vragen en antwoorden om elkaar heen cirkelden, in een doorlopende lijn van sprankelende loopjes en bastonen waar de fluit even bleef hangen, ijlde door de kamer.
Bij het langzame deel, de Sarabande, bewoog ze even haar hoofd, met een lichte beweging, kwetsbaar als de tere melodie. Toen het stuk bijna was afgelopen, opende ze haar ogen en keek me aan.
‘Dit is net een eenzame woestijn, met zandvlaktes zover je kunt zien,’ sprak ze zacht. Terwijl de laatste tonen klonken, sloot ze opnieuw haar ogen. Ik keek naar haar en langzaam vervaagde haar beeld, om op te lossen in het vibrerende licht boven de denkbeeldige woestijn.
In de stilte die volgde stond ze op en pakte de plaat van de draaitafel. Ze was weer lijfelijk aanwezig in de kamer, vlak bij me, maar ik durfde me niet te bewegen.

Kop

Beschrijving

Kop

Ik deed de cd in de speler en wachtte op de eerste klanken. In de stilte haalde ik diep adem en in gedachten zette ik me schrap tegen een glazen wand die uit elkaar spatte op het moment dat de eerste tonen klonken. Bach wierp me heen en weer en bracht me uit balans door de zestiende rust aan het begin, de verwarrende start waardoor de muziek leek te struikelen, zonder houvast, om daarna als een mitrailleur tientallen zestienden aan elkaar te rijgen, in neergeworpen akkoordschema´s waar geraffineerd een melodie doorheen meanderde.

Vioolconcert in a BWV 1041

Langs de boulevard reed een auto, het raam wijd open, waaruit
muziek klonk. Het was Bach, onmiskenbaar. Bach, het Vioolconcert
in a, het begin van het eerste deel, ondersteund door het
gerochel van een kapotte uitlaat. De muziek schalde over de
straat en de man naast de bestuurder deinde mee op het ritme
van Bach, zijn gebruinde arm uit het raam, zijn vingers ritmisch
trommelend op de zijkant van het portier.
Ik bleef staan, aangeslagen door de muziek. Bach. Zo maar.
Uit een aftandse auto met twee inwoners van La Palma die vrolijk
lachten naar de mensen die over de boulevard kuierden. De
auto stopte bij een bar en de bestuurder sprak met iemand op
straat, de klanken van Bach pulserend boven de hoestende uitlaat.
Bach op La Palma. Waarom ook niet. Ik keek naar de auto en
luisterde naar de muziek. De man naast de bestuurder tikte nu
de maat tegen de dakrand, zijn bruine elleboog op de rand van
het portier. Ik volgde de loopjes van de viool, die begeleid werden
door de strijkers die bijna leken te swingen. Plotseling verscheen
het beeld van mijn moeder voor mijn ogen. De viool onder
haar kin, vol vuur spelend in het orkestje, achteraan bij de
eerste violen. Naast haar zag ik de oude man, Ben Meijer, maar
nu als jongen, met een blos op zijn wangen. Ze glimlachten naar
elkaar, allebei vol van de muziek.

Kop

Beschrijving

Kop

Beschrijving